Tekst Preek van de Leek, zondag 7 december 2025

Introductie Sander

Ik ben Sander, en ik ben opgegroeid in een kerkelijke stroming waarin kunst vaak werd gezien als iets ‘werelds’. En dat was niet positief bedoeld. Geloof en kunst hadden weinig met elkaar te maken. Sommige kunst mocht dan mooi zijn – het voelde als een luxeproduct dat je ook prima kunt missen. Kunstwerken waren er vooral om te verkopen, zodat je het geld aan de armen kon geven. ‘Dan had de wereld er tenminste iets aan’.

Dus wist ik, toen ik vorig jaar als predikant begon hier in de Waterstaatskerk, dat ik nog veel te leren had. Over kunst en geloof en een open, gastvrije, inclusieve kerk zijn midden in de stad. Die achterstand ben ik nog steeds aan het inhalen. Toen onze organist Jaap enthousiast vertelde dat Nun komm, der Heiden Heiland van Bach aan het begin van deze dienst gespeeld zou worden, voelde ik me alsof iemand die niets van voetbal weet, hoort dat Johan Cruijff met zijn magische spel het veld op komt. De naam Bach ken ik. Ik weet dat hij geniale muziek heeft gecomponeerd. Maar veel daarachter is nieuw voor mij.

Voor mij is het dus ook nieuw dat er kunst aan de muren hangt in de kerk waar ik op zondagen doorgaans de dienst leid – kunst die niet direct verbonden is met het christelijk geloof. Tegelijkertijd heeft kunst mij altijd, vanaf de randen van mijn bewustzijn, aangetrokken. [slide 1] De Britse street-artist Banksy heeft me altijd geraakt met zijn maatschappijkritische en politiek activistische kunst (hier zie je een veelzeggende protestschildering van zijn hand, op de westelijke muur die Bethlehem verdeelt in Joodse en Palestijnse wijken). Ik weet dus eigenlijk al jaren dat er veel meer te ontdekken valt hoe kunst de vlam van geloof, hoop en liefde in je voedt en aanwakkert. Onze Waterstaatskerk is daar al veel langer mee bezig dan ik. Ik ben een laatbloeier in de kunst, maar misschien ook een snelle leerling. 

Introductie Irma

Ik ben Irma Bruggeman, ik ben geboren in Hengelo, woonde 15 jaar in Amsterdam, maar ging voor het eerst in Hengelo op kamers, precies tegenover de oprit van deze kerk. Mijn vader vestigde zich een aantal jaren later met ons gezin en zijn werk op de Eikhof, rechts van deze kerk. De afgelopen 6 jaar had ik mijn atelier links van deze kerk. 

De laatste keer dat ik hier kwam, was om mijn dochter naar de muziekschool te brengen. Toen de Waterstaatskerk werd betrokken door de Protestantse Gemeente had ik geen reden om binnen te stappen. Mijn vader is een wetenschapper en gaf ons een vrije en humanistische opvoeding. In religieus opzicht ben ik dus een leek, maar ik verdiepte me dankzij mijn studie Nederlands wel in teksten uit religieuze geschriften en sprak ook religieuze teksten in voor de Studie en Vakbibliotheek voor Blinden en Slechtzienden in Amsterdam.

In 2021 werd ik nachtburgemeester van Hengelo en besloot een werkplek te realiseren voor de creatieve klasse. Een ruimte om te experimenteren, werk te tonen en te ontmoeten, een plek waar creatieve energie gewaardeerd en benut wordt. Dat is de Möllerwerf geworden. 563 creatieven maken daar gebruik van en dat aantal is groeiende. 

Dankzij Sander kwam ik in contact met jullie geloofsgemeenschap en jullie wens om jullie kerkdeuren te openen voor de stad. Niet langer ben ik jullie passerende buurmeisje, maar sta ik hier als een kunst- en cultuurkenner, die jullie helpt de deuren te openen, om samen met jullie te zoeken naar manieren waarop we met onze creatieve gemeenschap en jullie geloofsgemeenschap het goede kunnen laten groeien in onze stad.

Sander

Irma en ik hebben samen het visioen van de profeet Jesaja gelezen dat begint met dit sprekende beeld: “Maar uit de stronk van Isaï zal een telg opschieten, een scheut van zijn wortels komt tot bloei!” (Jesaja 11:1) Dit is echt kunst. Want in dit ene beeld zit zoveel – er wordt zoveel mee gezegd. Laat me je dat even uitleggen. 

Jesaja leeft en werkt rond 700 voor Christus. In het centrum van het oude Israël. Als priester begeleidt Jesaja de offers die gelovigen brengen in de tempel van hoofdstad Jeruzalem. Hij bestudeert met de jongere generaties de Thora of Wet van Mozes. De Thora – de eerste vijf boeken in je Bijbel – is de kern van Israëls identiteit. 

Als uitlegger van de Thora bevindt Jesaja zich midden in het politieke en religieuze leiderschap dat de samenleving van Israël door een van de meest gevaarlijke periodes moet leiden. Militaire supermacht Assyrië is al tientallen jaren op het noorden van Israël in aan het beuken. Noordelijk Israël is een Oekraïens slagveld. Dorpen worden overvallen; hele steden weggevaagd; tienduizenden Israëlieten in het Noorden zijn als slaven gevangen genomen of gedeporteerd naar het nóg Noordelijke Assyrische Rijk. En de grote vraag die als een verstikkende deken over heel noordelijk Israël en zuidelijk Judea hang is: ‘Wanneer komt de allesvernietigende aanval?’. Je hoort het: in al die eeuwen is er niet veel veranderd.

De Assyriërs maken kunst. Hier zie je een technisch hoogstandje van beeldhouw-kunst uit die tijd: de Assyrische koning zet als overwinnaar zijn voet op de nek van de vernederde Israëlieten. Hoe mooi deze kunst ook is – je begrijpt dat het Jesaja niet op een positieve manier aanspreekt. Jesaja hoort bij de mensen die voorover op de grond liggen en afwachten of hun leven gespaard wordt of niet. 

In deze periode van je-adem-inhouden wordt Jesaja door God aangesproken en geroepen om profeet te worden. En als profeet begint Jesaja tegen-kunst te maken. Tegen de Assyrische kunst van vernedering en geweld in, schildert Jesaja in visioenen een protesterend alternatief: “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren” (Jesaja 2:4) 

Maar Jesaja maakt niet alleen tegendraads-profetische kunst met het oog op vijand Assyrië. Aangeraakt door Gods hart voor gewone mensen wordt hij zich pijnlijk bewust van het innerlijke verval van zijn eigen samenleving. De omgehakte boom in Jesaja 11:1 verwijst niet alleen naar Israël dat door de Assyriërs is neergeveld; zij verbeeldt ook een volk dat zichzelf heeft uitgehold en zijn ziel heeft verkwanseld. Israël was door de God van mensenrechten zo anders bedoeld dan de zelfverrijking, corruptie en het wegkijken van onrecht die Jesaja in zijn tijd om zich heen ziet. En ook dat heeft alles te maken met onze tijd: niet alleen met Israël, Gaza en de Westbank – maar ook met ons.

Een profeet houdt de samenleving en jou als individu een spiegel voor en vraagt je: ‘Ben je trots op wat je ziet?’ Een profeet herinnert ons aan de idealen die we ooit hadden en waarvan we hebben beloofd dat je ze vurig en levend zou houden – en vraagt ons: ‘Zijn jullie je idealen nagekomen?’ Zo haalt de profeet naar boven met welke basisovertuigingen en grondwetten wij deze samenleving hebben opgebouwd – en vraagt ons: ‘Voel je de pijnlijke kloof tussen droom en realiteit?’ En wakkert de profeet in ons verbeeldingskracht aan: ‘Laten we eens kijken hoe de wereld eruitziet als we alles omdraaien?’. Vragen die wij onszelf stellen in de Adventsweken ter voorbereiding op de komst van Jezus; vragen die kunstenaars stellen via hun creaties. 

De creatieve klasse daagt uit, herschikt, ontmaskert en shockeert. Dat is wat profeten ook doen. En het wordt niet gewaardeerd in het Oude Israël. Jesaja wordt als profeet bedreigd en onder druk gezet. En als in onze samenleving de acteur die de hoofdpiet speelt in het Sinterklaarsjournaal al met de dood wordt bedreigd omdat een traditie speels wordt vernieuwd, dan vraag je je af hoe wij in onze tijd met echte profeten zouden omgaan. 

Irma

Jesaja gebruikt hetzelfde gereedschap als de creatieve klasse van nu ook weleens oppakt: shockeren. Waar Jesaja’s tijdgenoten hun ogen sluiten voor wat er in hun samenleving mis is en zo hun eigen schijnwaarheid creëren, daar heeft Jesaja een unieke visie. Hij komt met iets nieuws, een nieuwe manier van kijken. Een visie die ingaat tegen de gevestigde orde.

Kijk bijvoorbeeld naar deze scène die Jesaja schrijft: Een wolf zal zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Jesaja beeldt een wereld uit waarin de wolf zichzelf neerlegt naast het lam, symbolisch voor de Assyrische militaire overmacht naast het kwetsbare kleine Israël. Het beeld van radicale inclusiviteit en gelijkheid waarin zelfs wolf Assyrië zijn plek krijgt, is profetisch. Maar dat zal voor Jesaja’s tijdgenoten ook schokkend zijn geweest: een roofdier kan toch nooit vredig naast een prooidier liggen; moet de wolf niet gewoon verdwijnen?! 

De drijfveer van kunstenaars is niet het maken van wereldse kunst voor de verkoop. Kunstenaars voelen een roeping om te uiten wat er in hen leeft, of voelen zich geroepen te reflecteren op maatschappelijke vraagstukken, delen bijzondere inzichten of perspectieven. Voelen zich geroepen om emoties bij anderen los te maken, de buitenwereld deelgenoot te maken van wat er is ontstaan en leeft in hun binnenste, net zoals Jesaja leeft vanuit die innerlijke roep. 

Profeten en kunstenaars zijn hun tijd vaak ver vooruit en geven de samenleving een eigenzinnig nieuw perspectief dat alles op z’n kop kan zetten. Dat maakt ze soms bedreigend of ongewenst. De verontwaardigde mensen die dan toestromen om de tegendraadse kunstenaar of de kunst als geheel te veroordelen – ze zijn vergeten of hebben nooit begrepen dat kunstenaars als profeten zijn. 

Pier van Dijk – oprichter van Stichting 074 PK – en later ook jullie predikant-kunstenaar Arent Weevers en de Kunstcommissie in jullie kerk gaven de kunst hier al eens een plek. Maar ook de muziekschool, die hier jaren huisde, maakt dat De Waterstaatskerk bekendstaat als een thuis voor kunst. In veel steden worden kunstenaars als stadsnomaden ingezet. Ze mogen gebruikmaken van tijdelijke locaties, waar ze vaak plotseling ook weer weg moeten. De tijdelijke locaties zijn betaalbaar, maar kennen vaak armoedige voorzieningen. Omdat kunstenaars solistisch werken, kunnen ze meestal weinig weerstand bieden en worden zodoende vaak eenvoudig terzijde geschoven. Of het nu gaat om een werkruimte die wordt opgeëist door een op geld beluste projectontwikkelaar of door een politiek bewind dat niet zit te wachten op tegengeluid. Het maakt de kunstenaar kwetsbaar.

Als er dan een kerk is die deze vrijdenkers en creatievelingen een waardige ruimte geeft om hun werk te tonen, dan betekent dat veel voor mij. Deze kerk voelt voor ons als een prachtige en veilige locatie waar een met liefde en aandacht vervaardigd kunstwerk tot zijn recht kan komen – ook als het onze samenleving een kritische spiegel voorhoudt zoals de profeten van weleer dat deden. 

Kerken zijn door de eeuwen heen vaak een opdrachtgever en thuishaven geweest voor profeten en kunstenaars. Zo ook voor Huub Oosterhuis: een groot poëet. Zijn mooiste gedicht ken ik al sinds mijn tienerjaren uit mijn hoofd: “Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd |maar blind en onmeedogend ontkennen wat gebeurt | dat oorlog is geboden en vrede niet mag zijn | dat mensen mensen doden, dat wij die mensen zijn.” 

Sander

De tweede rol van een kunstenaar is die van een priester. Jesaja werkte als priester in de tempel van Jeruzalem. Een priester helpt mensen om in contact met God te komen door gewone alledaagse dingen om te bouwen tot contactpunten met God. 

In het Oude Israël van Jesaja breng je het beste deel van de graanoogst die je van het land hebt gehaald bij het altaar in de tempel om God te eren voor de vruchtbaarheid die God geeft. Wil je God danken, dan breng je met brood, meel, olijfolie en wijn een dankoffer. Wil je God vragen om vergeving en een nieuw zuiver hart, dan laat je in de tempel een dier uit je veestapel slachten en verzorg je met het dierenvlees een verzoeningsmaaltijd voor degene die je benadeeld hebt of gekwetst. 

De priester helpt je om al die gewone alledaagse dingen – graan, tarwe, brood, meel, olijfolie, wijn, dierenvlees – zo op het altaar een plek te geven, te ordenen en te rangschikken, dat deze gewone dingen een opening worden naar het bijzonder-mysterieuze van God. 

Jesaja kent de priesterlijke kunst om je door de gewone dingen heen verder te laten kijken: voorbij je neus, voorbij de horizon die je gewend bent, voorbij de sterren, recht in Gods hart en in Gods wereld.

Schrijft Jesaja: “Bij het hol van een adder speelt een zuigeling een kind graait met zijn hand  naar het nest van een slang” (Jesaja 11:8); dan filmt hij een simpel tafereel van een spelend klein kind in de box dat met z’n hand naar de voorbijlopende poes grijpt. Jesaja verandert twee woorden: de box wordt het hol van een adder; de poes een slang. En bam!, voordat je het door hebt kijk je de nieuwe wereld in die God komt brengen – waar er zoveel vrede en goedheid is dat een kleine kan spelen met een slang.

Irma

Kunst kan met een eenvoudig beeld of geluid zorgen voor bewustwording. Die nieuwe bewustwording die kunst in jezelf creëert kan je het gevoel geven dat je hoog boven jezelf uitstijgt. Dat uitstijgen boven mezelf voel ik het sterkst bij muziek, ook wel de hoogste kunstvorm genoemd. Zoals bij de ‘Stabat Mater’ van Pergolesi of bij ‘In Memoriam’ van Bruno Coulais, dan barst ik uit elkaar van emotie. Krijg kippenvel van top tot teen en voel me in contact met mijn diepste gevoelens van zowel gelukzaligheid als verdriet en ervaar een verbinding, een grootsheid die groter is dan mijn lichaam. 

Kunstenaars, creatieven en profeten maken zichtbaar wat binnen in hen leeft en ontstaat. Kunst is een vertaling en verbeelding van wat er zich in de ziel afspeelt. Kunst is een universele taal die zonder woorden spreekt en ver over taalbarrières heen communiceert en ons zodoende kan verbinden met onszelf en met anderen.

Sander

En als laatste is er de kunstenaar als koning. Met koning bedoel ik niet iemand die de baas is. Een koning is in de wereld van de profeet Jesaja iemand die laat zien wat wij als mensen kunnen zijn wanneer we echt leven zoals we bedoeld zijn. Daarom dicht Jesaja over een koning op wie “de geest van de HEER zal rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid. Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen  en trouw als een gordel om zijn heupen” (Jesaja 11:8). Dit is een koning vol van Gods geest, die mensen helemaal tot leven brengt. 

Vincent van Gogh moest bij het lezen van Jesaja 11 direct aan Jezus denken. In een van zijn vele brieven aan broer Theo schrijft Van Gogh over Jezus als de grootste kunstenaar: “Christus leefde als een grote kunstenaar. Hij deed niets met marmer en klei en verf zoals kleine kunstenaars als ik – Christus werkte met levende mensen. Als een onovertroffen kunstenaar gezalfd met de Geest maakte hij geen beelden of schilderijen en hij schreef geen boeken –  Christus maakte levende mensen onsterfelijk” (Vincent van Gogh). 

Zoals een kunstenaar werkt met klei, marmer, verf, hout of staal, zo werkt Jezus met het materiaal waaruit wij mensen zelf zijn opgebouwd. Als kunstenaar vormt hij ons om tot een nieuw kunstwerk. Hij neemt onze tekortkomingen weg, geeft onze angsten een veilige plaats binnen het geheel en maakt ons tot iets mooiers dan we ooit hadden kunnen denken.

Koninklijke kunst opent je ogen voor hoe mooi, weerbarstig, diepzinnig, onvoltooid en geheimzinnig mensen in elkaar zitten. Shakespeare dichtte: Wij mensen zijn van stof – maar stof dat dromen kan. Wanneer je een kunstwerk ziet, word je eraan herinnerd dat de Geest van Jezus in jou werkzaam is en je vormt tot iets goeds, moois en waarachtigs. Je bent misschien stof, maar je bent stof dat kan dromen, geloven, liefhebben en hopen. En wat voor jou geldt, geldt evenzeer voor de ander.

Advent is de periode om opnieuw te zien hoe kunstig en creatief de Geest van Jezus in je aan het werk is, hoe stug en onbuigzaam jouw materiaal ook is. Deze weken zijn er om weer oog te krijgen voor het kunstwerk dat God aan het vormen is in de ander, hoe hard en negatief het materiaal van de ander ook is.

Irma

Iets wat eerst alleen nog in je gedachten bestond, naar buiten laten komen, visueel maken. Iets maken, dat tonen, erover praten, transformeert mensen. Ik denk dat de creatieve klasse zichtbaar kan maken dat de mens niet alleen in staat is tot lelijkheid, maar ook tot schoonheid. 

Dat zie je aan een project als Make&Meet, waar jongeren dankzij maken en ontmoeten hun zelfvertrouwen herpakken en terugstromen naar school of werk. Kunst kan diepe indruk maken, snaren raken, een uitlaatklep zijn, zoals verhalen en muziek dat kunnen. Een taal spreken waar we geen woorden kunnen vinden. En ja, ik denk dat het onze taak als mens is om de beste versie van onszelf te worden en dat kunst en ontmoeting daarbij een ondersteuning kunnen zijn, net zoals religie daar ook aan kan bijdragen.

Kunst en cultuur in jullie kerk kan vernieuwing opleveren, voor een frisse wind zorgen, voor nieuwe aanloop zorgen, nieuwe instromers opleveren, voor verbeelding van verhalen en emoties zorgen, kunst kan een praatstuk opleveren.

Voor de creatieve klasse zelf is deze kerk als een tempel waar kunst en cultuur waardig tot zijn recht komt. Een plek waar we elkaars gemeenschappen kunnen versterken, met respect voor elkaars identiteit. 

Sander

Na deze dienst staat er op onze Kerkapp, die je kan downloaden op je mobiel, een filmpje over de Make&Meet. Het is mooi als je meeleeft en het bekijkt. 

Ben jij een kunstenaar? Volgens Jesaja 11 ben je dat, want ook op jou rust de Geest van de Heer vanmorgen. Ben je een profeet die ons beter doet aanvoelen en beseffen hoe groot de kloof is tussen de bedoeling van deze samenleving en wat we er van gemaakt hebben? Ben je een priester die mensen in de meest eenvoudige en alledaagse situaties iets laat zien, horen of proeven van Gods liefdesrijk? Ben je een koning die mensen-van-stof even laat dromen van de nieuwe wereld waarin “niemand meer kwaad doet” (Jesaja 11); laat jij mensen zich verwonderen over het allermooiste kunstwerk dat zij zelf zijn?

Ik denk dat deze Adventsweken er zijn om Jezus’ kunstenaarswerk in jouw leven opnieuw de ruimte te geven. AMEN.